Blog 10: Hoe krom is ons recht?

De laatste tijd is het bijna aan de orde van de dag, massa-ontslagen door faillissement van grote bedrijven als V&D, Unlimited Sports Group (USG), Macintosh, Halfords, BAS groep en vele anderen maar ook re-organisaties bij grote bedrijven waaronder banken en verzekeringsbedrijven waarbij duizenden mensen hun baan kwijt raken. Wie heeft niet iemand in zijn vrienden- of familiekring die slachtoffer is geworden? Het ontslag valt de meesten vaak koud op hun dak: het ene moment heb je een leuke job waar je hele ziel en zaligheid inlegt en het volgende moment zit je werkloos thuis. Soms tientallen jaren volle inzet voor de werkgever en wat nu…?

Al deze mensen zullen zich moeten melden bij het UWV om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering want gelukkig hebben we in Nederland een financieel vangnet. Echter realiseert niet iedereen zich wat de huidige consequenties zijn. Menigeen leeft in de veronderstelling dat hij/zij in ieder geval 70% van zijn laatstverdiende salaris zal ontvangen, echter krijgt een groot gedeelte van de ex-werknemers met een voorheen goedbetaalde baan hier een nieuwe tegenslag te verwerken. Immers is de WW-uitkering is gekoppeld aan een maximumloon, te weten € 200,- bruto per dag. Dit impliceert dat je na 2 maanden dus ‘maar’ € 140,- bruto per dag ontvangt al was je salaris vele malen hoger. Kortom, iemand die voorheen een inkomen van € 5.000,- bruto per maand genoot, ontvangt nu geen € 3.500,- maar € 2.800,- per maand (de eerste twee maanden krijgt men 75% van het maximale maandloon, derhalve € 3000,-bruto). Dus hoeveel je ook verdiend hebt voor je ontslag en hoeveel je ook hebt afgedragen aan loonbelasting en sociale premies gedurende al die jaren, het maakt helemaal niets uit want je krijgt na een gedwongen ontslag maximaal een modaal inkomen.

Naast de emotionele problemen die dit veelal met zich meebrengt, ontstaat ook een financieel probleem. Immers velen zullen hun levensstijl hebben gebaseerd op hun voormalig (hoge) inkomen. Hypotheeklasten, langlopende overeenkomsten, gewenning aan bepaalde zaken en een navenant uitgavenpatroon. Huizen zijn niet terstond te verkopen, langdurige contracten niet boetevrij te beëindigen maar klaarblijkelijk biedt in deze een inkomen en bijbehorend uitgavenpatroon in het verleden geen enkele garantie voor de toekomst. Men zal zijn uitgaven moeten afstemmen op zijn nieuwe inkomen, onderwijl solliciterend al wetende dat de gemiddelde inkomens thans tientallen procenten lager liggen.

Daarnaast nog het feit dat sinds 2016 de maximale duur van een WW-uitkering is aangepast. Daar waar deze voorheen 38 maanden was, wordt deze de komende jaren teruggebracht tot maximaal 24 maanden, naast de overige aanpassingen in de wet. Klaarblijkelijk vindt men in Den Haag 2 jaar voldoende om je leven weer op de rit te krijgen, opleidingen te volgen, te solliciteren en weer een andere goedbetaalde baan te krijgen ongeacht je leeftijd.

Hoe moeilijk deze aanpassing blijkt te zijn, merk in regelmatig in praktijk. Het is veelal geen onwil van cliënten om hun uitgaven aan te passen aan de nieuwe situatie maar je huis verkoop je in de huidige markt nou eenmaal niet van vandaag op morgen. Daarnaast betekent een wijziging van het uitgavenpatroon, ook een verandering in de denkwereld en gedrag.

Echter merk ik in praktijk de discrepantie tussen ontslag c.q. werkloosheid en echtscheiding. En nu ik ben gestart met de opleiding echtscheidingscoach en me verder verdiep in deze materie, wordt de ongelijkheid pijnlijk duidelijker.

Na een echtscheiding blijven ouders allebei verplicht om in het levensonderhoud van kinderen te voorzien totdat zij 21 jaar zijn geworden (eventueel aangepast als het kind inmiddels zelf werkt). Ieder van de ex-partners moet pro rato naar draagkracht bijdragen in het levensonderhoud van de kinderen. De ouder die dus het meeste geld verdient, betaalt logischerwijs de meeste kosten voor de kinderen. So far so good. Maar daarnaast dient er ook nog vaak partneralimentatie te worden betaald door de meestverdienende partner aan de minstverdienende ex-partner. In tegenstelling tot ontslag moet de levensstijl van de minstverdienende ex-partner zo veel mogelijk doorgezet kunnen worden, ongeacht de oorzaak van de scheiding (sinds 1971 speelt overspel geen rol van betekenis meer bij echtscheiding en/of partneralimentatie). En dat maar liefst 12 jaar lang.

Deze regeling stamt nog uit de prehistorie toen een vrouw werd gezien als bezit van de man. Op het moment dat de ex-vrouw een nieuwe partner krijgt, stopt de partneralimentatie, kennelijk vanuit dezelfde bekrompen gedachte en redenering dat de nieuwe partner dan wel voor de ex-partner gaat zorgen. Zo ouderwets in deze geëmancipeerde maatschappij waarin latten algemeen geaccepteerd is en de ex-vrouwen (99% van de alimentatiebetalers is man) hun alimentatie heerlijk blijven ontvangen.

Natuurlijk is het reëel om de ex-partner enige tijd te geven om te wennen aan de nieuwe situatie en levensstijl, uitgavenpatroon en gedrag aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. Maar de vraag is hoeveel dat mag kosten en hoe lang dat mag duren?

Klaarblijkelijk vinden wij het normaal dat iemand die jarenlang keihard heeft geploeterd en een riant salaris heeft verdiend na een gedwongen ontslag per direct terug wordt gezet op een maximaal modaal inkomen en binnenkort maar 24 maanden de tijd krijgt om het leven opnieuw in te richten, een baan te zoeken voordat hij/zij terugvalt naar bijstandsniveau. De levensstijl van het verleden biedt geen enkele garantie voor de toekomst.

Thans blijkt dat een grote meerderheid van de Nederlanders (77%) de maximale duur van partneralimentatie te lang vindt en is men van mening dat dit uiterlijk 5 jaar, of zelfs nog korter, zou moeten zijn. Hiertoe zijn reeds meerdere voorstellen ingediend in de Kamer. Maar waarom die eeuwigdurende discussies over de duur en hoogte van de partneralimentatie als we bij werkloosheid vinden dat 2 jaar voldoende moet zijn om je leven financieel te repareren? Dit is meten met 2 maten! Dit geeft weer eens aan hoe krom ons recht is…

Uiteraard mogen kinderen nimmer de dupe worden van een echtscheiding maar in privé leven als praktijk merk ik dat kinderen meer last hebben van de strubbelingen tussen beide ouders over financiën dan aanpassingen in het hieruit voortvloeiende uitgavenpatroon. Bij werkloosheid zullen kinderen immers ook geconfronteerd worden met de financiële gevolgen. Zij zijn vele malen flexibeler dan hun alimentatie-ontvangende ouders!