Blog 12: Levenslang of toch niet…?

De laatste tijd kom ik steeds vaker in contact met mensen die door een combinatie van oorzaken kampen met problematische schulden. Een schuld is problematisch als hij binnen 3 jaar niet meer kan worden afgelost uit de afloscapaciteit (= het bedrag dat iemand volgens bepaalde formules maximaal kan inzetten ter aflossing van zijn schulden), hetzij omdat er te weinig inkomsten zijn ten opzichte van de maandelijkse vaste lasten, hetzij omdat de totale schuld té hoog is geworden om dit zelfstandig volledig af te lossen.

Gelukkig bestaat er in Nederland een financieel vangnet; de schuldsanering voor natuurlijke personen die in ernstige betalingsmoeilijkheden verkeren en niet levenslang achtervolgd willen worden door schuldeisers, gerechtsdeurwaarders en incassobureaus, inmiddels bang om (dreig-) brieven te openen of onbekende telefoonnummers op te nemen uit angst weer een dwangbevel te ontvangen voor een rekening waarvan ze toch al weten hem niet te kunnen betalen, niet zelden (mede) door de inmiddels fors opgelopen kostencomponent. Echter is er veel onduidelijkheid omtrent de schuldsanering en worden cliënten regelmatig de dupe van onjuiste adviezen. Zo kreeg recentelijk een cliënte, die is aangemeld voor de gemeentelijke schuldhulpverlening, het advies om voor toetreding tot de MSNP/WSNP nog snel even royaal te gaan bestellen bij verzendhuizen (lees: Wehkamp, Neckerman e.d.) omdat de schuld binnenkort toch kwijtgescholden zou worden. Klinkklare onzin! Dit zou juist een reden kunnen zijn om NIET te worden toegelaten. Immers, de regeling deelt geen cadeautjes uit en is zeker niet onvoorwaardelijk.

Maar waar kun je als schuldenaar terecht? Hoe moet je verder? Wat zijn de verschillen tussen de een aflossingsregeling, de zogenaamde MSNP (minnelijke schuldregeling natuurlijke personen) en WSNP (wettelijke schuldregeling natuurlijke personen)?

Het gaat te ver om in dit blog diep op deze complexe materie in te gaan maar ik zal op veler verzoek een globale uitleg geven over de minnelijke – en de wettelijke regeling.

Het gebeurt ons allemaal wel eens dat een rekening even blijft liggen omdat het net even niet uitkomt in verband met incidentele, hoge kosten of omdat we het simpelweg even vergeten zijn. Maar op het moment dat dit structureel doorschuiven van rekeningen wordt, aanmaningen zich in sneltreinvaart opvolgen en het ene gat met het andere gat gedicht moet worden, wordt het tijd om aan de noodrem te trekken en kritisch naar de financiën te (laten) kijken. (zie ook Blog 11: trek aan de noodrem voordat het te laat is).

Zolang de schulden binnen een redelijke termijn nog afgelost kunnen worden uit de afloscapaciteit, zijn schuldeisers meestal nog wel bereid om een regeling te treffen. Wees hierbij echter eerlijk en kritisch; een te hoge aflossing welke niet nagekomen kan worden, maakt dat het bedrag alsnog ineens opeisbaar wordt. Vraag eventueel advies bij een professional (budgetcoach, schuldhulpverlener) die je kan helpen om de juiste afspraken te maken en je financiële huishouding weer in balans te krijgen. Op het moment het niet meer mogelijk is, om welke reden dan ook, is het noodzaak om zo vroeg mogelijk hulp in te roepen bij een deskundige. Gemeenten kunnen binnen de huidige wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor een deel zelf invulling geven aan deze wet. Deze is dus niet uniform geregeld!

Indien de schuldenlast inmiddels problematisch is geworden, geldt als voorwaarde dat cliënten in ieder geval gestabiliseerd moeten worden alvorens een schuldhulpverleningtraject van start kan gaan. Dit betekent dat de lopende verplichtingen en betalingen afgestemd moeten worden op de uitgaven en moeten worden betaald, alle mogelijke inkomensverruimende maatregelen moeten worden benut en dat er geen nieuwe schulden gemaakt worden. Maar tevens tal van andere eisen; zo wordt gekeken of er vermogenscomponenten aanwezig zijn welke ten gelde kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld een auto welke niet strikt noodzakelijk is voor woon- werkverkeer zal moeten worden verkocht, of de cliënt eventuele verslavingen onder controle heeft en er inkomen is (zonder inkomen, geen mogelijkheden).

Op het moment dat de schuld niet volledig kan worden afgelost en de cliënt stabiel is, kan er een berekening worden gemaakt, welk bedrag mogelijkerwijs in 3 jaar aan de boedel (spaarpot) kan worden toegevoegd. Hierbij wordt een berekening gemaakt van het vrij te laten bedrag (het bedrag waarvan iemand rond moet komen, dus zijn huur, ziektekostenverzekering, gas, water, electrisch, leefgeld e.d. moet kunnen betalen). Al het meerdere wordt afgedragen aan de boedel. Op grond van deze prognose wordt een voorstel gedaan aan de schuldeisers. Dit is echter een vrijwillige regeling dus zij kunnen dit weigeren. Stemmen zij echter in en wordt aan alle voorwaarden voldaan dan worden de restant schulden na 3 jaar kwijtgescholden.

Indien de voorgenoemde minnelijke regeling niet lukt omdat schuldeisers weigeren om mee te werken, kan een verzoek bij de rechtbank worden ingediend voor de wettelijke regeling. Aan de rechter kan dan worden verzocht om te worden toegelaten tot het wettelijke traject. Ook hier gelden in principe strikte voorwaarden zoals:

  • Dat men in de voorgaande 5 jaar “te goeder trouw” is geweest en de schulden niet bewust heeft gemaakt, te denken aan fraude, misdrijf of onverantwoordelijk gedrag
  • Het minnelijke traject is geprobeerd maar niet geslaagd
  • De afgelopen 10 jaar geen sprake is geweest van deelname aan de WSNP

Indien men voldoet aan de eisen en de rechter van mening is dat men in aanmerking komt voor de wettelijke regeling, móeten schuldeisers meewerken.

Vervolgens krijgt met een bewindvoerder toegewezen die de financiën beheert; men heeft derhalve geen beheer meer over het eigen vermogen, de gerechtelijke uitspraak wordt gepubliceerd, men rond moet komen van ca. 90% van het bijstandsniveau (met evt. correcties) en er een postblokkade geldt. Ook dienen alle verplichtingen te worden nagekomen zoals dat men geen nieuwe schulden mag maken, men alles in het werk moet stellen om het maximale inkomen te proberen te verdienen (sollicitatieplicht, fulltime dienstverband e.d.).  Houdt men zich niet aan de afspraken, kan dit grote gevolgen hebben en kan men zelfs de WSNP uitgezet worden en herleven de oude schulden. In de meeste gevallen krijgt men echter na 3 jaar een zogenaamde schone lei  en worden de resterende schulden niet meer verhaald ( op enkele uitzonderingen na).

Zelf pleit ik voor de ondersteuning van cliënten in minimaal het laatste jaar van de regeling opdat zij niet alleen zonder schulden verder kunnen met hun leven maar ook de oorzaken van het ontstaan van de financiële problemen zijn aangepakt alsmede de vaardigheden zijn aangeleerd om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Anders begint het hele liedje vaak enkele jaren later weer van voren af aan.

Recentelijk kwam ik met cliënten bij de schuldhulpverlening nadat zij reeds eerder de WSNP hadden doorlopen. Als dan binnen 5 minuten wordt medegedeeld dat je kunt vertrekken en je in 2021 opnieuw mag melden, is dat erg bitter. Van overheidswege wellicht begrijpelijk (het moet immers wel gefinancierd worden), echter sociaal emotioneel een drama.

Veelal wordt gedacht dat alleen ‘domme’ mensen die zonder enig financieel inzicht royaal hun minimale inkomsten hebben uitgegeven in een dergelijke situatie terecht komen. Flauwekul! Wat te denken aan een veertiger die een mooie professionele carrière heeft opgebouwd, huis onder water, studerende kinderen en plotsklaps zijn baan verliest. Niet zelden is het heden ten dage zo dat hij moeilijk weer een baan kan vinden, in de WW terugvalt op het maximum (dus veel minder dan 70% van het laatst verdiende salaris) of een veel minder betaalde baan moet accepteren gezien de huidige maatstaven. Zie dan je budget maar stabiel te krijgen/houden…Of de hardwerkende zelfstandig ondernemer die door teruglopende inkomsten of niet betalende cliënten zijn inkomen tot bijna nihil ziet dalen. Wat hij ook doet, hij kan zijn inkomsten niet op peil houden en niet langer voldoen aan zijn (langlopende) verplichtingen met achterstanden als gevolg. Voor sociale voorzieningen komen de meeste zelfstandigen niet in aanmerking. Ergo, een voorwaarde voor de schuldsanering is dat men zijn onderneming staakt. Een hard gelach als je jaren lang geploeterd hebt voor je eigen toko. Ieder situatie is dus anders. Soms eigen schuld, soms een noodlot.

Te allen tijde geldt: voorkomen is beter dan genezen!